Theosofie en gemengde Vrijmetselarij

Een reguliere Vrijmetselaar zei laatst tegen een broeder van hem iets over ‘mijn soort Vrijmetselarij’. Met een neerbuigende toon liet uit de namen Annie Besant (1847-1933) en Rudolf Steiner (1861-1925) vallen, want ja, de Theosofie op zich is al een argument dat de gemengde Vrijmetselarij niet veel kan zijn. Ik heb hem even bijgepraat over het feit dat, bijvoorbeeld in Nederland, de gemengde Vrijmetselarij inderdaad een ‘Theosofische start’ kende (in 1904), maar al in 1918 werd er een algemeen, niet-Theosofisch, Ritueel ingevoerd bij Le Droit Humain. Van de 112 jaar geschiedenis van de gemengde Vrijmetselarij in Nederland, waren er maar 14 overduidelijk Theosofisch en de rest niet. De inspiratie, energie en daadkracht kwamen in de vroege dagen uit de Theosofische hoek, maar de gemengde Vrijmetselarij als geheel, kan vandaag de dag bezwaarlijk Theosofisch worden genoemd.

Maar goed, Annie Besant is duidelijk. Zij richtte zelfs de eerste loge in Nederland op (“Cazotte”), maar waarom noemde de goede man Rudolf Steiner? Ik kan me niet herinneren dat ik Steiner ook in verband heb horen brengen met de gemengde Vrijmetselarij. Het zou aan de andere kant niet onlogisch zijn, want Steiner verliet juist de Theosofische Vereniging om een meer Westers pad te gaan bewandelen. De Vrijmetselarij past in dat kader.
Ik ging eens op onderzoek uit.

Het werd me vrij snel duidelijk dat Steiner vrijwel zeker niets met de gemengde Vrijmetselarij te doen heeft gehad, maar wel met een andere vorm van Vrijmetselarij. Hij zou namelijk een charter hebben ontvangen om een variant op de Rite van Memphis-Misraim (die veel varianten kent, ook gemengde) in te voeren in de Esoterische School van de Duitse afdeling van de Theosofosche Vereniging. Steiner heeft veel lezingen gegeven, maar ook Rituelen geschreven die de naam de “Memphis Service” kregen. Deze teksten zijn uitgegeven in het Duits en het Engels. In de inleiding tot de Engelse uitgave schrijft Christopher Bamford:

Hij [Steiner] ontving zijn charter van Theodore Reuss van de Ordo Templum Orientalis of O.T.O. Echter, Steiner was nooit lid van, noch had hij iets van doen met, de O.T.O. Reuss had toestemming om de Memphis-Misraim rite te gebruiken, gekregen van John Yarker, die, zo’n twintig jaar eerder, Madame Blavatsky had ingewijd in dezelfde Orde.

Eh wat? Blavatsky Vrijmetselaar? Er bleek wat meer onderzoek nodig te zijn. Het onderzoeksgebied wordt ook wat groter dan de gemengde Vrijmetselarij, maar mijn interesse was gewekt.

Een paar stappen terug

De Theosofische Vereniging werd gesticht te New York op 17 november 1875 door enkele personen waarvan de kern bestond uit Helena Blavatsky,Henry Steel Olcott en William Quan Judge.

Blavatsky wilde geen voorzitster van de vereniging zijn en liet deze taak over aan Olcott. Zij werd corresponderend secretaris. Judge werd raadgever.

Aldus Wikipedia. De Theosofische Vereniging werd gesticht in een drukke tijd voor wat betreft esoterische stromingen. Ook de Vrijmetselarij had in die tijd een goede tijd. Als je wat rondzoekt op het internet, vind je al vrij snel de informatie dat Olcott een Vrijmetselaar was. Op zich is dat niet vreemd. Vrijmetselaren stonden in die tijd meer open voor ‘esoterie’. Ik heb echter niet kunnen vinden wat voor Vrijmetselaar Olcott was. Hij wordt regelmatig in verband gebracht met Le Droit Humain, maar ik kan niet vinden van welke loge hij lid en wanneer. Bovendien beweert deze websitet: “Helena Petrovna ontmoet Henry Steel Olcott, een overtuigd spiritualist, welke behoort tot een Amerikaanse Loge van de Schotse Rite.”

Dat laatste is nogal een algemene uitdrukking. Het grootste deel van de Vrijmetselarij (“regulier” en “irregulier”) werkt met een of andere “Schotse Rite”. Het jaar dat Blavatsky en Olcott elkaar ontmoeten wordt niet vermeld, maar een zin verder gaat het over het boek “Isis Ontsluierd” uit 1877, wat lijkt in te houden dat de ontmoeting daar voor kwam. Dat is dus ruim voordat de eerste gemengde loge wordt gesticht in America in 1903. Bijgevolg moest Olcott dus al Vrijmetselaar zijn geweest bij een anderssoortige orde. Er is meer.  In zijn Old Diary Leaves schrijft Olcott:

Op 17 april zijn we beginnen te praten met Sotheran, Generaal T., en één of twee andere hoge vrijmetselaars om onze Vereniging om te vormen naar een Maçonnieke organisatie met een Ritual en Graden; het idee hier achter was dat dit een natuurlijke aanvulling op de hogere graden van ’the Craft’ zoud vormen, zodat deze hersteld zou worden met het essentiele element van Oosterse mystiek die het ontbrak of had verloren. Tegelijkertijd zou een dergelijke regeling kracht en duurzaamheid aan de Vereniging geven, door haar te verbinden met de oude Broederschap wiens loges over de gehele wereld zijn verspreid. Achteraf gezien, waren we in de werkelijkheid slechts van plan om het werk van Cagliostro te herhalen, wiens Egyptische Loge in zijn tijd zo’n krachtig centrum was voor de verspreiding van het Oosters-occulte gedachtegoed.

Dit citaat komt uit de “First Series (1874-78)” van de dagboeken van Olcott. We vinden hier ook Cagliostro, de vader van de “Egyptische Vrijmetselarij” welke later de Rite van Memphis-Misraïm zou worden. Zou Olcott tot deze stroming hebben gehoord?

In elk geval kwamen we Memphis-Misraïm bij de mysterieuze John Yarker die zowel Blavatsky als Steiner zou hebben ingewijd al tegen. Dus wie was John Yarker?

John Yarker

Als we Wikipedia mogen geloven werd John Yarker geboven in 1833 in Engeland. Al op zijn 21e werd hij Vrijmetselaar in Manchester, maar in 1862 verliet hij de Orde al weer. Toch zou hij 10 jaar later vanuit Amerika toestemming krijgen om de “Egyptische Rite” van Memphis-Misraïm naar Groot-Brittanië en Ierland te brengen onder de naam Antient & Primitive Rite of Masonry. Deze Rite is nooit erkend geweest door de meeste Vrijmetselaren en is daarom een “irreguliere” Rite.

Yarker schijnt te hebben gehoord van Blavatsky en erg onder de indruk te zijn geweest van deze Russische dame. Hij stuurde haar een diploma van de “Sat Bhai” (één van Yarker’s organisaties?) waarna de twee aan de schrijf raakten. Blavatsky, op haar beurt, maakte Yarker in 1877 erelid van de Theosofische Vereniging en wijdt een aantal pagina’s van haar enorme werk Isis Ontsluierd aan de Vrijmetselarij. In deze pagina’s ze verwijst naar Yarker als hoogste authoriteit in de Orde van Memphis-Misraïm. Yarker stuurt Blavatsky vervolgens diploma’s van de hoogte graden uit de Rite van Memphis-Misraïm.

Blavatsky heeft later gezegd dat ze nooit is ingewijd in de “Westerse” Vrijmetselarij, maar dat ze wel betrokken is bij “Oosterse” Vrijmetselarij. Het is niet helemaal duidelijk hoe we dat moeten interpreteren, maar dit is dus het verhaal rond Blavatsky’s vermeende Metselaarschap, ze kreeg diploma’s als dank.

Rudolf Steiner

Terug naar Steiner. Volgens sommigen was Steiner nooit Vrijmetselaar. Hij heeft alleen contact gelegd om de hand te kunnen legen op rituelen die hij wilde gebruiken voor de rituelen van een eigen esoterische groep.

Het eerder genoemde boek is een van de vele boeken die zijn ontstaan toen de weduwe van Steiner (Marie Sivers) zich na zijn dood genoodzaakt voelde al het materiaal dat ze in haar bezit had, publiek te maken. Zo is er dus ook een boek met stukken rond de “Misraim Dienst”. In het boek staan rituaalteksten, uitleggen, aantekeningen van toehoorders en natuurlijk lezingen die Steiner gaf. In 1987 werd de bundel Zur Geschichte und aus den Inhalten der erkenntniskultischen Abteilung der Esoterischen Schule 1904 bis 1914 uitgegeven, een boek van 526 bladzijden. In 2007 volgde een Engelse vertaling met een heel andere titel, een meer suggestieve titel: The Misraim Service, “Freemasonry” and Ritual Work, the collected works of Rudolf Steiner. Er wordt in het boek nog een beschrijving gegeven die een beetje een vertaling is van de oorspronkelijke titel: “Letters, documents, ritual texts, and lectures from the history and contents of the cognitive ritual section of the esoteric school, 1904-1914”.

Zo zijn we al een paar benamingen tegen gekomen van Steiners esoterische experiment. “erkenntniskultischen Abteilung” wat in het Engels “cognitive ritual section” is geworden (terwijl het eigenlijk ‘waarheidskultische afdeling’ betekent). Verder worden er in het boek beschrijvingen gebruikt als “Freimaurerei” (Vrijmetselarij), F.M. (Freimaurerei), Misraim Dienst (in het Engels Misraim Service), M.D. (soms Misraim Dienst, soms Michael Dienst, naar de aartsengel Michaël) en ‘Mystica Aeterna’.

Het verhaal achter dit experiment wordt een stuk duidelijker uit het boek, maar niet helemaal. Christopher Bamford schreef de introductie tot de Engelse editie en hij legt aardig wat nadruk op Steiner de Vrijmetselaar, terwijl Hella Wiesberger, die de Duitse verzameling maakte, dit bijna helemaal uit het verhaal laat. Voor beide insteken is wel iets te zeggen.

Het verhaal in het kort

In 1902 werd Steiner hoofd van de Duitse afdeling van de Theosofische Vereniging. In 1904 benoemde Annie Besant hem tot hoofd van de esoterische sectie. In 1911/2 zou Steiner met een flink aantal leden vertrekken en de Antroposofische Vereniging oprichten.

Annie Besant werd in 1902 ingewijd in een loge van Le Droit Humain. In de jaren daarna zou ze tal van loges stichten, ook in Nederland. Steiner ging op zoek naar een ‘afstamming’ (filiatie) voor zijn esoterische afdeling. Hij keek naar de Vrijmetselarij, maar niet naar de Vrijmetselarij van Annie Besant. Kende hij deze niet of dacht hij een betere kandidaat te hebben gevonden in de rite van Memphis Misraim onder leiding van Theodor Reuss, die op zijn beurt weer door de eerder vermelde John Yarker was binnen gehaald? Steiner volgde meer de ‘route’ van Blavatsky dan deze van Besant.

Zowel Bamford als Steiner trekken zich weinig aan van het bestaan van verschillende soorten Vrijmetselarij. Bamford noemt de Amerikaanse “founding fathers” in één lijst met Vrijmetselaren als Mozart en Blavatsky, terwijl de laatste toch echt betrokken zou zijn geweest bij een niet-erkende organisatie. In het boek noemt Steiner ook regelmatig de Vrijmetselarij zonder verdere toelichting, alsof alle Vrijmetselarij onderdeel is van een grote wereldwijde organisatie. Hij lijkt ook niet te beseffen dat Memphis Misraim ritualen anders zijn dan andere Maçonnieke ritualen.

Maar was Steiner nu Vrijmetselaar?

Marie Sivers, Steiner’s tweede vrouw, schreef in 1934 een artikel “Was Rudolf Steiner a Freemason?” Ze ontkent dit, maar dit is wat kort door de bocht. Ze werd namelijk zelf, samen met Steiner, ingewijd op 24 november 1905. Dat is te zeggen, ze betaalden beiden om een ritueel te ondergaan, dat zal waarschijnlijk om een inwijding zijn gegaan. Steiner was blijkbaar niet onder de indruk, want een dag later schreef hij aan Siver: “Nun hast Du gestern selbst gesehen, wie wenig noch uebrig geblieben ist von den einstigen esoterischen Institutionen” (nogal een generalisering ook).
Toch had hij wat hij zocht, een ‘filiatie’. Hij lijkt geen verdere bevorderingen te hebben ondergaan, ontliep Reuss zoveel hij kon, maar ontving desondanks nog een aantal hoge graden van Reuss, tot de 96º toe en werd zelfs hoofd van de Duitse afdeling van Memphis Misraim. Het lijkt erop dat Steiner toch nog wel een paar jaar zijn moederloge bezocht en er lezingen gaf, dus hij is toch nog wel even actief lid geweest.
Volgens het genoemde boek heeft Steiner ook nog eens gezegd: “The Theosophical Movement is discussed by us Freemasons quite objectively” (mijn nadruk.) Hier noemt hij zichzelf Vrijmetselaar.

Steiner heeft wel altijd duidelijk gemaakt dat zijn esoterische groep geen Maçonnieke loge was. Niet-Vrijmetselaren konden lid worden, de groep is nooit bedoeld als orde or loge, gewoon een groep Theosofen en na 1911/2 Antroposofen.

Maar hoe Maçonniek was de groep eigenlijk?

Hoewel niet alles bewaard is gebleven, staan in het boek hele stukken van vier rituelen, toelichtingen hier op, tekeningen, lezingen van Steiner, maar ook aantekeningen van toehoorders. Hieruit valt op te maken dat het er in de groep redelijk ‘Maçonniek’ aan toe ging. Er was een soort van inwijding, er waren bevorderingen, de tempel was anders ingericht, maar leek erg op een Maçonnieke tempel, de opening en de sluiting komen bekend voor, maar er zijn ook zeker grote verschillen. De rituelen lijken plaats te hebben gevonden in drie verschillende ruimtes. Er zijn enorme lappen tekst waarin mystici en figuren als Michael, Lucifer en Ahriman met elkaar en tegen de kandidaat praten. Er zijn onderdelen die ik niet ‘Maçonniek kan duiden’ (maar ik ken de rite van Memphis Misraim ook weer niet). Het heeft wel iets van Vrijmetselarij, maar toch heel anders.

Wat het boek aardig maakt, is dat Steiner in zijn lezingen en toelichtingen ook dingen uitlegt die een wat andere blik geven op sommige dingen uit de Vrijmetselarij. Dat en de verschillen en overeenkomsten, maken “Freemasonry” and Ritual Work een leuke pil om te lezen. Hou er wel rekening mee dat er genoeg overeenkomsten zijn dat het verstandig kan zijn om de graden die je in de ‘gewone’ Vrijmetselarij nog niet hebt bereikt even over te slaan.

Conclusie

Besant en Leadbeater zijn duidelijk. Zij vormen mede de bron voor de hedendaagse gemengde Vrijmetselarij en afgeleiden daar van. Over hen kun je genoeg lezen op deze website. Over Blavatsky kunnen we kort zijn. Steiner vormt een interessante ‘zaak’ op zich, maar omdat het geen Vrijmetselarij betreft en de groep sinds het uitbreken van de Eerste Wereld Oorlog niet meer bij elkaar komt, zal zich dat onderwerp beperken tot dit artikel.

2 Comments

Laat een antwoord achter aan Elly Keus Antwoord annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *