M:.A:.H:. Ritus

Uit de donkere archieven van de gemengde Vrijmetselarij dook een bijzondere naam op: de “Internationale Orde van den Maçonniek-Astrologisch-Humanistischen Ritus”. Dit was geen ritus binnen de vroege gemengde Vrijmetselarij, maar een nieuwe organisatie die werd gesticht in 1917.

Een paar namen duiken op rond deze organisatie. H.M. d’Angremond (Herman Marie), A.E. (Jan) Thierens en P.F.I.M. (Piet) van Solt.

Adolph Ernestus Thierens (1875-1941)

Thierens is een bekende naam. E.J.F. Thierens was de derde Grootmeester van de Nederlandse federatie van Le Droit Humain. Zouden de twee heren Thierens verwant zijn? E.J.F. Thierens zou geleefd hebben van 1882 tot 1967, geboren te Wormer. A.E. Thierens zou geleefd hebben van 1875 tot 1941, maar hij is geboren in Brielle. Wikipedia zegt dat A.E. schreef over Vrijmetselarij. Voor E.J.F. is dat duidelijk.

A.E. Thierens “was een Nederlands militair, ambtenaar en astroloog” (Wikipedia) die “in 1907 het Nederlands Genootschap tot bestudering van de Astronomie en Moderne Astrologie” oprichtte (Wikipedia). Het lijkt er op dat hij ook de verbinding met de Vrijmetselarij wilde maken.

Thierens lijkt de drijvende kracht achter te zijn geweest achter de M:.A:.H:. Ritus. Thierens was fervent Theosoof en astroloog en zag verbindingen met de Vrijmetselarij. Ik heb niet ontdekt wanneer hij is ingewijd, maar hij noemt zichzelf “Stichter en Voorz:. M:.” van de loge Washington die volgens Wikipedia heeft bestaan van 1914 tot 1945. Dat moet dus bijna betekenen dat Thierens in elk geval een paar jaar voor 1914 is ingewijd.

Op deze website is een bibliografie met een foto van Thierens te vinden.

Herman Marie d’Angremond (1878-1921)

De website van de Digitale Bibliotheek voor Nederlandse Letteren heeft een portret vab d’Angremond op hun website. Ook hij was militair. Zoals wel meer mensen uit de vroege gemengde Vrijmetselarij was hij drukker, een van de eigenaren (met A.G. Rinders) van Luctor et Emergo. Hij is geboren in 1878 en kwam in 1921 bij een motorongeluk om het leven.

d’Angremond had, zoals vermeld, een drukkerij. Waarschijnlijk de bekendste publicatie van Luctor et Emergo was het langlopende tijdschrift “De Nieuwe Gids”. Over dit tijdschrift is een uitgebreid artikel te vinden op de website van DBNL. Hierin is onder andere te zien wat voor teksten er in het tijdschrift werden gepubliceerd en zo zien we meteen dat de eerder genoemde Thierens er in schreef over Theosofie, astrologie en Vrijmetselarij. d’Angremond lijkt niet zelf voor het tijdschrift te hebben geschreven.

Piet van Solt (1897-1978)

Dan hebben we nog Piet van Solt (1897-1978). Ook hij zou een militair zijn geweest.

Op de website van Glas Atelier Percy staat biografische informatie over de familie Van Solt. Deze houdt op net voor Piet wordt geboren, maar Piet wordt wel een paar keer kort vermeld. Zo is er een tekst over het Ex Libris van Van Solt. Hierin staat onder andere:

Piet van Solt was Voorzittend Grootmeester van de Opperraad van de Maçonniek Kosmopolitische Ritus – Maçonniek Astrologisch Humanistische Ritus -, welke zich met uitsluiting van sociale, economische of politieke tendensen geheel op religieus terrein bewoog, nooit onderdeel geweest van de Nederlandse of Internationale Orde der vrijmetselaars, maar in 1918 uit de “Le Droit Humain” gezet.

Hier zien we een variant op de naam van de M:.A:.H:. Ritus. Een variant die ik nergens anders heb gevonden. Bovendien heeft het citaat een ‘smeuïg detail’: Van Solt zou uit Le Droit Humain zijn gezet.

Theosofie

Thierens publiceerde over astrologie, Theosofie, Tarot en Vrijmetselarij en dat in het Nederlands en het Engels. In 1907 richtte hij het Nederlands Genootschap tot bestudering van de Astronomie en Moderne Astrologie op wat een tijdschrift, Urania, uitbracht waarvan Thierens een tijd samen met Henri van Ginkel de redactie vormde. In 1911 verscheen de Theosofische uitgave (maar van Luctor et Emergo) over opvoeding dat Thierens schreef met “J.J. Hoogerwerff” en “mej. M.C. Denier van der Gon”. Die laatste is de zus van de bekende Theosofische Vrijmetselaar Willem Denier van der Gon.

We zitten al duidelijk in de Theosofische hoek. Thierens zal op enige manier betrokken zijn geweest bij de ‘Theosofische stroming’ binnen de Vrijmetselarij die zowel het Grootoosten (Denier van der Gon) als Le Droit Humain (Van Ginkel, Thierens) omvatte.

Toch lijkt Thierens zich (uiteindelijk) meer richting d’Angremond en diens Luctor et Emergo uitgeverij te hebben bewogen en niet Van Ginkel en Duwaers’ uitgeverijen. Zit hier al een aanwijzing in voor wrijving?

Nog in 1914 (in Over Vrijmetselarij als Koninklijke Kunst) citeert Van Ginkel, Thierens met instemming. In datzelfde jaar publiceerde Thierens het boekje Het Wezen der Vrijmetselarij (via Luctor et Emergo). Helemaal aan het eind steekt Thierens de loftrompet af over de Theosofische benadering van Vrijmetselarij.

In het boekje De Maçonnieke Autoriteit van Thierens uit 1916 is duidelijk merkbaar dat er wrijving is ontstaan tussen beide heren. In zijn rol als vertegenwoordiger van de Opperraad heeft Van Ginkel laten vallen dat er niet zomaar legitieme loges kunnen worden opgericht. Ergens tussen 1914 en 1916 (b)lijkt Thierens dus plannen te hebben ontwikkeld voor een eigen organisatie en Van Ginkel was het er niet mee eens.

Onenigheid

Luctor et Emergo heeft een “Rapport” uitgegeven “van de commissie-eereraad inzake de BB:. A.E. Thierens en H.M. d’Angremond”. Hierin wordt uitgebreid verslag gedaan van de voorvallen die geleid hebben tot de oprichting van de M:.A:.H:. Ritus. Dat dit is gepubliceerd door Luctor et Emergo geeft wel aan dat de twee genoemde heren hun kan van het verhaal naar buiten hebben willen brengen. Of de vuile was hebben buiten willen hangen. Ik neem aan dat de twee betreffende leden het rapport ter informatie hebben ontvangen en niet ter publicatie.

Uit de tekst blijkt dat Thierens en d’Angremond het onderzoek hebben gevraagd. In het Bulletin heeft Van Ginkel geschreven dat Thierens en d’Angremond onmaçonniek gehandeld hebben, dat “Thierens […] zeer onfatsoenlijk [heeft] opgetreden”, dat Thierens onbevoegd de 30e graad heeft verleend aan leden van zijn loge Washington (inclusief d’Angremond) en dat d’Angremond aan Thierens de 33e graad heeft verleend (!).

Van Ginkel verschuilt zich vervolgens achter twee procedurele punten. Het oordeel over Thierens en d’Angremond is genomen door het hoogste gezag in de Orde “en kan ik op die zaak niet meer terugkomen”. Gezien zijn functie is het waarschijnlijk dat Van Ginkel zelf voorzitter was van dat hoogste gezag. Bovendien erkent hij de commissie niet die door Thierens en d’Angremond is aangevraagd.

Thierens blijkt door alle gebeurtenissen in 1916 het plan te hebben opgevat een eigen orde te stichten. Hiermee doet hij vermoeden dat zijn oorspronkelijke plan anders was en dat dit oorspronkelijke plan werd gedwarsboomd door Van Ginkel. Thierens wilde wel zijn nieuwe organisatie onder de vlag van Le Droit Humain internationaal laten vallen. Omdat hij via Van Ginkel geen gehoor kreeg, is hij zelf gaan corresponderen met het Supreme Conceil in Parijs. Hij laat voorstaan dat hij geen haast had met het stichten van een nieuwe orde.

Eerst dato 6 September 1917 hakt Br:. Thierens de knoop door en geeft, te zamen met Br:. d’Angremond aan den Orden den S:. C:. te Parijs officiëel kennis van de Stichting van de Orde van den M:. A:. H:. Ritus, waarna op den 30en September d.a.v. in No. 83 bij monde van de Gr:. Secr:. Zr:. Gédalge de weigering kome om “aan eene separatistische beweging mede te werken”. Br:. Thierens antwoordt hier nog op in N0. 86 (dato 26 November 1917) dat de M:. A:. H:. Orde er nu eenmaal is en dat hij en de zijnen heelemaal geen “division et querelles” te willen, maar “hopen op een broederlijke samenwerking op het maçonnieke veld”.

Er is een klein boekje gedateerd 29 Augustus 1917 en geschreven door Thierens. Hierin legt hij uit wat hij voorstaat met de M:.A:.H:. Ritus. Het boekje is ‘verbroederend’. Waarschijnlijk heeft hij dit boekje gestuurd naar zowel Le Droit Humain als het Groot Oosten. Een maand later verscheen de Constitutie, de formele uitwerking van wat in het “Adres” is vermeld. Het lijkt erop dat beide boekjes zijn gebruikt om een artikel over de nieuwe organisatie te schijven in De Vrijmetselaar (de voorloper van Thoth van december 1917. Hierover later meer.

Gesteld kan worden dat Thierens enigszins naïef lijkt te zijn geweest. Hij citeert in De Maçonnieke Autoriteit (1916) een tekst van Van Ginkel (in Swastika) waarin wordt gesteld “dat er maar één vrijmetselarij is, maar dat er vele ‘Orden’ en ‘Riten’ zijn. Elk dezer Orden of Riten heeft zijn eigen werkwijze, zijn eigen gewoonten, zijn eigen geschreven en ongeschreven wetten.”
“Riten” en “Orden” zijn hier natuurlijk niet synoniem. Thierens lijkt feitelijk een ‘orde binnen de orde’ te hebben gewild op basis van zijn voorgestelde ritus, terwijl verschillende loges binnen dezelfde orde (of in dit geval een federatie) best in verschillende riten kunnen werken zonder dat dit ‘sub-ordes’ binnen de federatie zijn.
Van Ginkel van zijn kant, lijkt ‘er met het gestrekte been te zijn ingegaan’. Was het voor beide partijen niet beter geweest als de loge Washington een eigen rituaal was gaan hanteren?

Misschien moeten we het gestrekte been van Van Ginkel zien in het licht van de harmonisatie van de ritualen. Van Ginkel was namelijk begonnen de “Dharma” ritualen te herschrijven om deze meer te laten lijken op de ritualen van het Groot Oosten. Hij wilde dit als ‘eenheidsrituaal’ voor de Nederlandse federatie instellen en werd hierin gesteund door ‘Parijs’. Dit leidde tot onenigheid welke uiteindelijk zou leiden tot de oprichting van het Nederlands Verbond van Vrijmetselaren (N.V.V.V.) in 1918. Drie loges wilden blijven werken in de Theosofische ritualen. De N.V.V.V. blijkt dus niet de eerste, maar de tweede afsplitsing te zijn van de Nederlandse federatie.
Feitelijk gebeurde er met Thierens iets vergelijkbaars. Thierens wilde een meer ‘astrologische’ ritus, Van Ginkel hield dit tegen en er ontstond een schisma.

Internationale Orde van den M:. A:. H:. Ritus

De naam doet vermoeden dat Thierens een soortgelijke organisatie voorstond als Le Droit Humain. Waarschijnlijk bestond deze nieuwe organisatie uit maar één loge bestaande uit leden van Thierens’ loge Washington. d’Angremond was Voorzittend Meester van de eerste loge in Den Haag. Het lijkt er op dat hij ook secretaris van de orde was en Thierens de voorzitter.

De loge Washington zou in Amsterdam hebben gezeten en -als Wikipedia klopt- heeft de loge de afsplitsing van de M:A:.H:. Ritus overleefd (de loge zou bestaan hebben tot 1945). De Vrijmetselaar stelt dat de eerste loge in Den Haag zat (waar d’Angremond woonde). Zouden er Amsterdamse leden van Washington zijn meegegaan naar een nieuwe loge in Den Haag? Uit de stukken die ik heb, kan ik niet halen hoe deze loge heette, waar hij zat en of er ooit meer loges zijn geweest.

Structuur van de orde

De auteur van de tekst in De Vrijmetselaar onderzoekt of de nieuwe orde op Maçonnieke wijze is gesticht, maar kan hier slechts gedeeltelijk antwoord op geven. Aangezien de nieuwe organisatie geen onderdeel uitmaakt van een andere, kunnen ze geen constitutiebrief ontvangen. In principe kan een volledig nieuwe organisatie zo worden gesticht. Uiteraard kunnen alleen personen die de 33e graad hebben gehaald een opperraad instellen. Van dat laatste hebben we al gezien dat dit -althans volgens Van Ginkel- niet legitiem is gebeurd.

Wat dat eerste betreft komen we op een bijzonder punt van de organisatie van Thierens:

De Orde bestaat uit Groot-Loges. Elke Groot-Loge bestaat uit werkplaatsen van alle zeven graden. (Constitutie p. 22)

Thierens heeft wel eens de vraag opgeworpen waarom enkel een Grootloge een constitutiebrief kan verstrekken. Wie heeft dit recht dan weer vertrekt aan die Grootloge? Kennelijk wil hij zijn eigen organisatie weer een trapje hoger zetten als “Groot-Loges” overstijgend om daarmee het probleem op te lossen dat hij zichzelf een constitutiebrief heeft verstrekt.

Die Orde heeft zeven graden welke in algemeenen zin overeenkomen met de graden 1 – 4, 18, 30 en 33 van den Schotschen Ritus. (De Vrijmetselaar)

Bijgevolg was er ook “een Opperraad, een Areopagus, een of meer Kapittels, een Convent, en een onbepaald aantal werkplaatsen in de Symbolische Graden” binnen elke Groot-Loge. Het constitutieboek beschrijft de eisen om naar een volgende graad te kunnen gaan. Elk van de zeven graden wordt, heel toepasselijk, gekoppeld aan een planeet.

Het einde van de organisatie

Na de stichting werd het stil rond de organisatie. Ik kan geen informatie vinden over loges of activiteiten. Ook wordt de organisatie niet meer genoemd totdat in De Vrijmetselaar van juli 1935 een boek wordt besproken Psychologische Astrologie van Th. J. J. Ram die “tevens één der leiders [is] van de Vrijm:. Orde in ons land, bekend als de Orde van den Maçonnieken Astrologischen Humanistischen Ritus” met als toevoeging “waarover een weinig in de Vrijm. XXII bl. 164-168”. Dat is dus het nummer uit 1917 waaruit ik hier boven citeerde. Blijkbaar is de organisatie na 18 jaar nog bekend, maar is er in de tussentijd tijd weinig gebeurd dat het vermelden waar is. Later ook niet. Dit is de enige verwijzing naar de organisatie die ik ken na 1920.

Thierens overleed in 1941. In 1935 bestond de organisatie nog. Is dit een voorbeeld van een organisatie die eindigde toen de oprichter overleed?

Het zou interessant zijn om ook nog eens tegen rituaalboekjes van de organisatie te lopen al is het maar om te zien hoe de drie hoofdthema’s van Thierens zijn verwerkt in de ritualen.

Humanisme, Astrologie, Maçonnerie zijn voor mij het majeur-accoord van den toekomstigen mensch en zijne maatschappij. (Thierens)

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.